In het publieke debat gaat het geluid rond dat je dom wordt van AI. Niet omdat de technologie dat veroorzaakt, maar doordat het gebruik ervan dat afdwingt. Wie de output op een slimmere manier verwerkt, ontdekt het omgekeerde: je wordt er slimmer van.
Van Dale koos hallucineren tot Woord van het Jaar 2025, en het dominante verhaal is dat AI hallucineert en dus niet te vertrouwen is. Dat narratief is inmiddels gevaarlijker dan het probleem zelf — het remt zinvol gebruik terwijl de echte risicos van agentic AI onbesproken blijven.
Het hoge energieverbruik van AI-datacenters komt vooral door ongestructureerde organisatiedata. Wie data structureert in plaats van rekenkracht als workaround inzet, kan het verbruik drastisch terugdringen zonder in te leveren op prestaties.
90% van opgeslagen data zijn duplicaten, slechts 14% is businesscritisch. De zogenaamde data-explosie is geen natuurwet maar een verdienmodel van cloudproviders. De echte vraag is hoeveel werkelijk unieke informatie er per energie-eenheid bewaard wordt.
Met elke technologiehype verschijnen er nieuwe experts, nu opnieuw met AI. Maar niemand begrijpt dit domein echt — wat we zien zijn gelegenheidsexperts die zelfverzekerd klinken. Vertrouwen op dat soort autoriteit is gevaarlijker dan zelf experimenteren.